Een verslag van Rijsbergen 2007 zou zonder veel wijzigingen kunnen worden overgenomen van het verslag van vorig jaar, het jaar daarvoor of het jaar dáárvoor. Net als de vorige edities streden koren in goede harmonie, met prachtige uitvoeringen en soms met valse noten voor de diverse prijzen die te winnen waren. Wat maakt het – ook voor toeschouwers – toch elke keer weer interessant genoeg om een heel weekend in dat Brabantse dorp te verblijven?
Een poging tot een antwoord.
Ten eerste is er de sfeer. In de kerk ontspannen nervositeit, buiten de kerk jolijt en vertier. En overal en bij iedereen is toch ook competitiedrift te bespeuren. Is het niet ten opzichte van elkaar, dan wel in relatie tot de jury.
Dan is er de publiekskant. Soms zit de kerk goed vol, soms zijn er weinig luisteraars. De drukte lijkt afhankelijk van het tijdstip van de dag en de rest van het aanbod door de festivalorganisatie. Wie stug blijft luisteren, wordt altijd weer beloond. Een goed koor, een leuk optreden, een verrassende uitvoering van een lied.
De wedstrijd, ook een belangrijk punt. Dit jaar leken de koren zich niet zozeer door kwaliteitsverschil te onderscheiden, als wel door de creativteit. Wat wordt er gedaan met een lied zoals de partituur die aanbiedt? Hoe is de muzikale vormgeving? Wordt er liturgisch wat mee gedaan, wordt er theater ingebracht?
De twee competitieverbanden: A en B. Het hoort bij Rijsbergen dat er discussie en onvrede is over de twee competities. Wie hoort waar thuis? Dit jaar kon er voor het eerst gedegradeerd en gepromoveerd worden, de beslissing van de jury werd zelfs publiekelijk bekend gemaakt, wat voor een aantal koren een onverwachte zet was. Wil je in de openbaarheid horen dat de jury vindt dat je in de andere competitie thuishoort? Als je van B naar A geldt wel, maar andersom? Het is zeker te prijzen dat het bestaan van twee competities serieus genomen worden. Maar hierbij wel een tip voor volgend jaar: maak de lijst met criteria openbaar.